Hoofdstuk 7.112. Huishoudelijke fotovoltaïsche installaties op laagspan-ning (≤ 10 kVA)
Afdeling 7.112.1. Toepassingsgebied
De algemene voorschriften van de andere delen van dit Boek zijn van toepassing op de bijzondere installaties en ruimten behandeld in dit hoofdstuk 7.112. De voorschriften van dit hoofdstuk vullen deze algemene eisen aan.
De bijzondere voorschriften van dit hoofdstuk zijn van toepassing op huishoudelijke fotovoltaïsche installaties op laagspanning (≤ 10 kVA)
Afdeling 7.112.2. Specifieke maatregelen
De volgende specifieke maatregelen zijn van toepassing:
− het ter beschikking te houden van ieder betrokken persoon voor raadpleging de vermelde elementen in afdeling 9.1.2. inzake de huishoudelijke fotovoltaïsche installaties op laagspanning;
− de markering van de gelijkstroomgeleiders en de actieve wisselstroomgeleiders;
− de aanwezigheid van waarschuwingsborden die de gevaren van de elektriciteit aanduiden, aangevuld met de volgende vermeldingen: “ Niet onderbreken bij belasting” en “Elektrische installatie altijd onder span-ning” of hiermee equivalent, op oordeelkundig gekozen plaatsen aangebracht;
− de aarding, behalve indien verboden door de fabrikant, van het metalen raam van de PV-modules en hun structuur door een beschermingsgeleider van een doorsnede ten minste equivalent met deze van de be-schermingsgeleider van de AC voeding, met een minimum doorsnede gelijk aan:
− 2,5 mm² wanneer de geleiders mechanisch beschermd zijn;
− 4 mm² wanneer de geleiders niet mechanisch beschermd zijn.
Afdeling 7.112.3. Beproevingen en metingen
Bij de gelijkvormigheidscontrole (hoofdstuk 6.4.) of het controlebezoek (hoofdstuk 6.5.) van een huishoudelij-ke fotovoltaïsche installatie op laagspanning, omvatten de beproevingen en de metingen, die worden uitge-voerd door het erkend organisme bedoeld in hoofdstuk 6.3., ook:
− de onderbreking van het scheidingssysteem wanneer er geen netspanning is (minder dan 5 seconden) en de afwezigheid van de fotovoltaïsche productie op het net zolang de spanning op het net niet opnieuw aanwe-zig is;
− de automatische onderbreking van de voeding in het kader van de bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking:
a. controle van de werking van de differentieelstroombeschermingsinrichting via de eigen testinrichting;
b. controle van de foutlussen en de correcte aansluiting van de differentieelstroombeschermingsinrichting via de opwekking van een foutstroom van ten minste een maal de nominale gevoeligheid van het toe-stel.
Afdeling 7.112.4. Verslagen
Het verslag van de gelijkvormigheidscontrole (onderafdeling 6.4.6.4.) of het controlebezoek (onderafdeling 6.5.7.2.) van een huishoudelijke fotovoltaïsche installatie moet ook de volgende gegevens bevatten:
− het aantal en het nominaal vermogen van de geplaatste zonnepanelen;
− het aantal, type, serienummer en maximaal a.c.-vermogen van de geplaatste omvormer(s).
Hoe verloopt de AREI-keuring?
Tijdens de visuele controle, kijken onze experts de volgende elementen na:
De uitvoering van de elektrische installatie in overeenstemming met de schema’s en plannen
De aansluiting van de fotovoltaïsche installatie via een aparte stroomkring
De aanwezigheid van minstens één differentieelschakelaar (ook verliesstroomschakelaar of aardlekschakelaar genoemd) van 300 mA aan het begin van de installatie
De aanwezigheid van minstens één differentieelschakelaar van het type A aan het begin van de fotovoltaïsche installatie (deze verliesstroomschakelaar mag dezelfde zijn als diegene vermeld in het vorige punt)
De bescherming tegen overstroom evenals tegen elektrische schokken bij rechtstreeks of onrechtstreeks contact
De plaatsbepaling van de gelijkstroomgeleiders (DC) en actieve wisselstroomgeleiders (AC)
De plaatsbepaling of identificatie van de stroomkringen, beveiligingstoestellen tegen overstroom, schakelaars, aansluitklemmen, enz.
De aanwezigheid en de afstemming van de beschermingsgeleiders*
De aanwezigheid van de duidelijk zichtbare waarschuwingsborden met de volgende vermeldingen:
“Niet ontkoppelen onder stroom”, “Elektrische installatie permanent onder spanning”.
*Het metalen kader van de PV-modules en hun structuur moeten geaard zijn met een beschermingsgeleider waarvan de sectie minstens gelijk is aan die van de beschermingsgeleider van de wisselstroomvoeding (AC) met een minimale sectie van:
2,5 mm² als deze een mechanische beveiliging heeft
4 mm² als deze geen mechanische beveiliging heeft
Onze experts voeren de volgende metingen en tests uit:
Meting van de continuïteit van de beschermingsgeleiders van de fotovoltaïsche installatie
Meting van de isolatieweerstand van de elektrische installatie (AC- of wisselstroomgedeelte)
Meting van de aardverspreidingsweerstand
Controle van de werking van de differentieelschakelaar door gebruik te maken van hun testknoppen en door het creëren van foutstroom
Nazicht van de activering van de automatische uitschakeling (in minder dan 5 seconden) bij gebrek aan spanning op het netwerk
Wat moet u voorzien?
De fotovoltaïsche installatie moet vrij toegankelijk zijn tijdens de duur van de keuring.
Ook alle ruimten, energiemeters, de elektrische uitrusting (stopcontacten, schakelaars, enz.) en de verdeelborden moeten toegankelijk zijn.
Onze experts kijken de volgende documenten na:
De schema’s van de elektrische installatie in drie exemplaren, gedagtekend en getekend door de eigenaar en de installateur of de persoon die de installatie heeft uitgevoerd (eendraadsschema en plaatsingsschema)
De EAN-code die als identificatie dient voor de aansluiting van de elektrische installatie op het netwerk. U vindt ze op uw factuur (of de offerte voor aansluiting van de netwerkbeheerder)
De kenmerken van de installatie (de nominale spanning, de nominale stroom). U moet ook de plaats van de aardingsonderbreker kunnen tonen
De documenten die de veiligheidsgarantie bewijzen van de elektrische uitrusting die voor de fotovoltaïsche installatie is gebruikt:
De gebruikshandleidingen van de installatie (werking en onderhoud)
De veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de reparatie of het onderhoud van de installatie en tot zijn gebruik
De technische referenties en kenmerken van het geplaatste materiaal (merk, model, vermogen, enz.)
De eventueel in te vullen documenten in het kader van een Gewestelijke Premie
Minimale doorsnede van de beschermingsgeleider
De beschermingsgeleider (de kabel die de aarding verzorgt) moet voldoen aan de volgende minimale doorsnedes:
Bij mechanische bescherming van de geleiders (bijvoorbeeld in een kabelgoot of buis):
De minimale doorsnede moet 2,5 mm² zijn.
Zonder mechanische bescherming (de kabel is blootgesteld):
De minimale doorsnede moet 4 mm² zijn.
Vergelijking met de AC-beschermingsgeleider
De beschermingsgeleider voor de aarding van het metalen raam moet minimaal dezelfde doorsnede hebben als de beschermingsgeleider van de AC-voeding (wisselstroom), maar mag nooit minder zijn dan de hierboven genoemde waarden.